De Dodelijke Valstrik van de Nieuw-copieweg
“Niet iedereen die in de nacht tegen je praat, is een mens…”
Mijn naam is Lorenzo Indiaan. Ik ben inmiddels 28 jaar oud, maar de gebeurtenissen uit december 2018 staan voor eeuwig in mijn geheugen gegrift. Ik ben geboren en getogen aan de Nieuw-Copieweg in Para. Als jonge inheemse jongen werd ik door mijn ouders en overgrootouders constant gewaarschuwd: “Lorenzo, ga niet laat op straat hangen. De nacht is niet voor de mens.” Maar zoals veel 21-jarige jongens was ik koppig. Ik hield van voetballen, slenteren met vrienden en gezelligheid. Ik luisterde niet… totdat die ene, gitzwarte avond mijn leven voorgoed veranderde.
De Nieuw-Copieweg heeft altijd al een beruchte, enge reputatie gehad. Het is een plek waar tot de dag van vandaag vreemde, bovennatuurlijke dingen gebeuren. Vooral de omgeving rondom het wachthuisje is angstaanjagend; het is er aardedonker, dichtbebost en bezit een zware, spooky sfeer. Niemand hangt daar vrijwillig als de zon eenmaal onder is.
Maar het was 28 december 2018. De feestmaand was in volle gang, overal hoorde je bombels knallen, mensen dansten en vierden feest. Mijn vrienden en ik besloten om gezellig op de hoek te gaan chillen. De tijd vloog voorbij. Na een paar biertjes — niet te veel, want we hielden het netjes — keken we op de klok. Het was kwart voor twaalf in de avond. De straten begonnen langzaam leeg te stromen en de laatste pendelbus reed voorbij. Net toen we aanstalten maakten om naar binnen te gaan, zagen we plotseling een gedaante vanuit het donkere wachthuisje onze richting op lopen.
In eerste instantie dachten we er niets van. Het was december, dus er liep wel vaker volk op straat. Bovendien wisten we dat er diezelfde week nieuwe buren in de straat waren komen wonen. Toen de dame dichterbij kwam, zag ze eruit als een doodnormaal mens. Ze was netjes gekleed: een witte trui met lange mouwen, een korte zwarte rok en een opvallende hoed die versierd was met bloemen. Zodra ze in onze buurt kwam, werden we overspoeld door een intense, penetrante bloemengeur gemengd met een vreemd soort parfum. Het was een geur die ik nog nooit van mijn leven had geroken, zo zoet maar tegelijkertijd ijzingwekkend.
“Goedenavond,” zei ze met een vriendelijke stem.
We groetten netjes terug. Ze keek ons aan en legde uit dat ze op zoek was naar haar ouders. Ze vertelde dat haar familie pas een paar dagen geleden naar een specifiek adres in onze straat was verhuisd.
“Jazeker, we weten precies waar die mensen wonen,” zeiden we. “We lopen toevallig al die kant op, loop maar met ons mee, dan brengen we je.”
Zo gezegd, zo gedaan. We liepen met z’n vieren de straat in, pratend en grappend. Er was prima straatverlichting, dus we zagen alles goed. Maar na nog geen vijf minuten lopen, voelde ik plotseling een harde tik op mijn schouder. Het was een van mijn maties.
“Luku… volg dja… sang ey pasa… Kijk, kijk nou eens heel rustig,” fluisterde hij met een trillende stem.
Ik keek opzij naar de dame, maar zag in eerste instantie niets vreemds. “Je hebt zeker te veel gedronken, man,” lachte ik nog.
Een minuut later kreeg ik weer een harde duw. Mijn vriend was lijkbleek. “Lorenzo, we lopen hier niet met een mens. Er klopt iets niet.”
Bij de derde waarschuwing keek ik scherper. Mijn bloed werd ter plekke ijskoud. Mijn vriend had het als eerste gezien: de voeten van de dame stonden godsonmogelijk achterstevoor gedraaid en ze liep niet… ze zweefde vlak boven het asfalt. Het bizarre was dat op het moment dat ze merkte dat we keken of haar wenkten, haar gedaante in een fractie van een seconde weer ‘normaal’ leek te worden, alsof ze zich camoufleerde als mens. De pure doodsangst sloeg in als een bom. Met knikkende knieën liepen we door tot we bij de poort van de nieuwe buren aankwamen.
De dame stopte, keek strak voor zich uit zonder haar gezicht naar ons om te draaien, en zei ijskoud: “Hier.”
Vóór we überhaupt een woord konden terugzeggen, loste ze vlak voor onze ogen in het niets op. Ze was weg. Volledig verdwenen. In totale paniek renden we allemaal als bezetenen naar ons eigen huis. Zoals de oudjes mij altijd hadden geleerd, stapte ik met mijn rug achterwaarts mijn woning binnen om te voorkomen dat er iets met me mee naar binnen glipte. Die nacht deed niemand van ons een oog dicht.
Maar de echte horror begon pas de volgende ochtend, op 29 december.
Toen ik vroeg in de ochtend wakker werd en mijn erf op liep, zag ik plotseling iets op de grond liggen. Ik raapte het op en mijn hart stond stil. Het was een foto. Een familiefoto waarop de dame van de vorige avond duidelijk te zien was, samen met haar ouders. Ze droeg niet de witte trui en de bloemenhoed van de avond ervoor, maar ik herkende haar gezicht direct. Verbaasd en in shock ging ik snel baden en haastte me naar het huis van mijn vrienden.
Nog voordat ik mijn mond kon opendoen om te vertellen wat ik had gevonden, keken mijn maties me met grote, bange ogen aan.
“Lorenzo… mi fin wang foto jong! Ik heb net een foto op mijn erf gevonden van die sma die gisternacht met ons liep!”
Mijn maag keerde om. Het werd nóg gekker: toen we hoorden dat er ook een exact dezelfde foto recht voor de poort van die nieuwe buren lag, wisten we dat dit geen toeval was. Gewapend met de foto’s liepen we met lood in onze schoenen naar het huis van de buren. We klopten een eerste keer. Geen gehoor. Bij de tweede keer klopten we harder.
Krakend zwaaide de deur open…

De buurvrouw stond in de deuropening. Ze keek mijn vrienden en mij vermoeid aan. Met een trillende hand reikte ik haar de familiefoto aan die we zojuist op het erf en voor haar poort hadden gevonden.
“Goedemorgen mevrouw,” zei ik met een brok in mijn keel. “Gisteravond laat brachten we een dame naar hier. Ze heeft deze foto laten vallen, dus we dachten we komen het even terugbrengen. Is ze thuis?”
De buurvrouw nam de foto aan en keek ernaar. Het bleef secondenlang doodstil. Toen zagen we plotseling de eerste dikke tranen over haar wangen rollen. Ze hield met een klap haar borst vast, snikkend van de pure pijn.
“Mijn god… mijn god… mijn god,” bracht ze trillend uit. Ze draaide zich direct om en riep haar man met een hese stem naar de deur. “Kijk… kijk dan! Ze is gisternacht met deze jongens mee naar huis gekomen…”
Mijn maties en ik wisselden een bange blik uit. “Mevrouw… maar waar is uw dochter dan?” vroegen we, hopend op een logische verklaring.
En daar, op die vroege ochtend van 29 december, hoorden we het antwoord dat ons hele wereldbeeld deed instorten. Het antwoord dat we nooit hadden mogen horen.
De vrouw keek ons met rode, betraande ogen aan en zei: “Haar naam is Chavelle Koerdien. Ze was pas 19 jaartjes jong toen ze overleed… exact tien jaar geleden.”
Mijn maag keerde om en de grond zakte onder mijn voeten weg. Wat?! Tien jaar geleden? De moeder vertelde huilend dat Chavelle destijds, niet ver van datzelfde donkere wachthuisje, was meegesleurd in een auto toen die in botsing kwam met een zware 3-ton pick-up. Ze was ter plekke overleden aan haar verwondingen.
We wisten niet hoe snel we weg moesten komen. In totale shock en met een ijskoud gevoel in ons lijf renden we terug naar huis. Maar de confrontatie met deze yorka bleef niet zonder gevolgen. De spirituele klap was zo zwaar dat we diezelfde middag nog allemaal doodziek werden. En dan praten we niet over een griepje.
Ik kreeg die avond vreselijke, levensechte nachtmerries. Zodra ik mijn ogen sloot, zag ik Chavelle in mijn kamer staan. Ze kwam dreigend op mijn bed af, mijn lichaam werd slap en uitgeput, en ze herhaalde constant één ijskoude zin: “Ik ga jullie allemaal doodmaken.” Na de nachtmerries volgde een zware, gloeiende koorts die niet te drukken was. Mijn vrienden maakten exact hetzelfde door; we werden van binnenuit opgebrand door de negatieve energie van de dood.
Mijn familie zag dat dit foute boel was. Omdat we inheemse roots hebben, wisten de oudjes direct dat er spiritueel ingegrepen moest worden. We werden met spoed naar een betrouwbare lukuman gebracht. De spirituele genezer bekeek ons en zag de duistere schaduw die over ons heen hing.
“A yorka de wang kier ding boi dies,” zei de lukuman met een ernstig gezicht tegen onze familie. Die geest wil deze jongens vermoorden. Het is dat ze die avond achterwaarts hun huis zijn binnengestapt, waardoor ze die kans niet direct kreeg.
De lukuman maakte ter plekke een krachtige, rituele wasi (spiritueel bad) voor ons klaar. Het was een zware strijd, maar nog diezelfde dag stopte de hevige koorts en verdwenen de angstaanjagende nachtmerries alsof ze nooit hadden bestaan. We waren bevrijd van de spirituele last. Maar bij het weggaan gaf de lukuman ons één hele strenge, absolute waarschuwing mee: “Jullie mogen de komende drie dagen absoluut niet in de avonduren op straat komen. Blijf binnen, want de poort is nog niet helemaal gesloten.”
Mijn andere vrienden en ik luisterden braaf. We waren doodsbang en bleven binnen. Maar één van mijn maties was koppig. Hij dacht dat het gevaar al geweken was en weigerde zijn decemberfeestmaand te laten verpesten. Diezelfde avond nog negeerde hij het verbod en ging hij toch weer laat over straat om te chillen.
Toen hij die nacht diep in de avonduren thuiskwam, liep hij naar zijn slaapkamer. Wat zich daar in de duisternis precies heeft afgespeeld, weet niemand… maar het resultaat was gruwelijk. De volgende ochtend vond zijn familie zijn levenloze lichaam in zijn bed. Dat duistere ding had op hem gewacht in de schaduw. Zonder enige sporen van inbraak of uiterlijk geweld, was zijn nek in zijn eigen kamer met brute, bovennatuurlijke kracht volledig omgedraaid. Hij was op slag dood.
De lukuman bevestigde later wat we diep van binnen al wisten: de yorka had haar belofte waargemaakt omdat hij buiten de spirituele bescherming was getreden.
Mijn naam is Lorenzo Indiaan en ik heb mijn les op de hardste manier geleerd. De Nieuw-Copieweg heeft mijn vriend genomen. Onthoud mijn waarschuwing goed: niet iedereen die je in de nacht ziet, of die zomaar met je praat, is een mens. Wees vreselijk voorzichtig in de avonduren en laat deze dodelijke valstrik jou of je familie nooit overkomen…
𝗘𝗜𝗡𝗗𝗘.
◈ Nog geen reacties