Littekens Op Mijn Ziel (Het Levensverhaal van een Volger)
Hoofdstuk ๐ญ: ๐๐ฒ ๐๐ผ๐ป๐ด ๐๐ผ๐ป๐ด ๐ฒ๐ป ๐ฑ๐ฒ ๐ฆ๐๐ถ๐น๐น๐ฒ ๐ง๐ฟ๐ฎ๐ป๐ฒ๐ป
Ik ben vandaag een jonge vrouw van 32 jaar oud. Als men mij op straat ziet lopen in Paramaribo, zien ze een sterke vrouw. Maar achter mijn blik schuilt een weg vol diepe dalen: een vreselijke jeugd, relatiebreuken, verkrachting, zwaar geweld, prostitutie en het dragen van hiv. Dit is niet zomaar een verhaal. Dit is mijn rauwe levensverhaal, en tevens een bittere waarschuwing en boodschap aan de Surinaamse jongeren en ouders van nu.
Het begon allemaal in een van de bekendste buurten van Suriname. Ik groeide op in een gezin van vier: mijn vader, mijn moeder, mijn oudere broer en ik als de jongste. Als klein meisje leerde ik al heel vroeg dat de wereld een harde plek is. Het zinnetje dat zoveel kinderen dagelijks van hun ouders horenโโI love youโ of โik hou van jeโโheb ik thuis nimmer of nooit gekend. Er was geen liefde. Er was geen warmte.
Mijn ouders gaven ons vanaf het begin het allerslechtste voorbeeld dat je je kunt bedenken. De sfeer in huis was zo giftig dat mijn broer en ik, die eigenlijk elkaars steun en toeverlaat hadden moeten zijn, tot op de dag van vandaag als twee aartsvijanden door het leven gaan. Liefde werd vervangen door angst. Om de allerdonkerste en domste redenen werden wij in elkaar geslagen. Tot bloedens toe.
Als ik mijn ogen dichtdoe, kan ik me de voorwerpen nog zo helder voor de geest halen: elektriciteitsdraden, bezemstokken, houten linialen en zware metalen lepels. Fong fong krijgen was geen incident, het was een vaste gewoonte geworden in ons gezin. Mijn lichaam raakte bedekt met littekens, maar de littekens op mijn ziel waren vele malen dieper.
Het paradoxale was dat we aan de buitenkant het perfecte gezin moesten spelen. Mijn ouders waren extreem streng. Niemand in de buurt of op school mocht ook maar รญets merken van de tirannie thuis. We moesten verplicht keihard ons best doen op school en trouw de kerk bezoeken.
Als jong meisje lukte me dat aardig. Ik hield de schijn op. Op de lagere school was ik erg druk in de klas; ik compenseerde de pijn van thuis met lawaai en gezelligheid op school. Ik deed mijn best tot en met de zesde klas. Niemand, werkelijk niemand had door dat ik eigenlijk heel veel ontbeerde en smachtte naar een simpele knuffel of een lief woord. Ik had dagen dat ik in mezelf gekeerd raakte, in stilte tegen mezelf sprak en intens jaloers werd op mijn klasgenootjes wanneer ik zag hoe liefdevol hun ouders hen behandelden. Soms werd de pijn te groot. Dan vluchtte ik tijdens de pauze naar het schooltoilet, sloot de deur af en liet mijn tranen in alle eenzaamheid de vrije loop.
Na zoโn huilbui droogde ik mijn gezicht, hield me sterk en liep met opgeheven hoofd weer naar buiten. Mijn best doen wierp zijn vruchten af: ik slaagde voor de lagere school en mocht naar de mulo.
Maar toen ik eenmaal tiener werd, begon er iets te knappen. Ik raakte doodmoe van alle slagen van mijn ouders. Ik was het zat om niet geliefd te zijn. Thuis was het nog steeds geen doen en de regels waren verstikkend streng. In mijn puberteit, de periode waarin andere meisjes begonnen te experimenteren, durfde ik uit pure angst en diep ingebakken respect voor mijn ouders geen vriendje te nemen. Stoute dingen doen, stiekem uitgaan… ik waagde het niet eens. Mijn enige vorm van ontspanning, letterlijk en figuurlijk, was de kerk. Ik zocht mijn toevlucht bij de tienerdiensten.
Maar zelfs die veilige haven werd tegen mij gebruikt. Als ik het erf thuis volgens mijn ouders niet goed genoeg had schoongemaakt, kreeg ik als straf dat ik de tienerdienst niet mocht bezoeken. Als ik bleef zitten op school, mocht ik niet mee naar de christelijke jeugdkampen die jaarlijks in de grote vakantie werden georganiseerd. Dat sneed door mijn hart. Terwijl mijn leeftijdsgenootjes genoten en zongen op kamp, zat ik opgesloten in mijn kamer te huilen.
De druk werd te hoog. De stress van thuis begon zijn tol te eisen op mijn schoolprestaties. Ik bleef zitten in de eerste klas van de mulo, en het jaar daarop bleef ik wรฉรฉr zitten in de tweede klas. Het vonnis was onbarmhartig: ik werd van school getrapt en moest geplaatst worden op een andere mulo-school.
Ik wist het toen nog niet, maar op die nieuwe school, in die nieuwe omgeving, opende de poort naar een absolute hel. Ik leerde er een vriendin kennen die in het begin alles voor mij betekende. Ik dacht dat ik eindelijk iemand had gevonden die ik kon vertrouwen. We werden onafscheidelijk; overal waar je haar zag, zag je mij ook. Everywhere waren we samen.
Maar mijn nieuwe vriendin leefde een heel ander leven dan ik. Zij was op dat moment al seksueel erg actief. Los van haar vaste vriendje hield ze er talloze ‘schatjes’ en losse mannen op na. En op een dag introduceerde ze een man in ons leven die vlak bij haar in de straat woonde. Een man met een auto. Een man die mijn hele lot in รฉรฉn klap zou bezegelen…
Hoofdstuk ๐ฎ: ๐๐ฒ ๐๐ฟ๐ถ๐ท๐๐ฒ ๐๐๐ป๐ฐ๐ฎ๐ฟ๐ด๐ผ

De band met mijn nieuwe vriendin groeide met de dag. Omdat ik thuis zo intens eenzaam was en smachtte naar verbinding, stortte ik mijn hart deels bij haar uit. Ze bood me een luisterend oor, een veilige plek buiten de muren van mijn ouderlijk huis waar er constant spanning heerste. We waren onafscheidelijk. Overal in de buurt werden we samen gezien, pratend en lachend, alsof de wereld geen zorgen kende.
Maar mijn vriendin had een geheim leven dat mij volkomen vreemd was. Terwijl ik door de strenge regels thuis nog nooit een jongen had durfde aan te raken, was zij op die jonge leeftijd al seksueel erg actief. Ze had een vaste vriend, maar dat hield haar niet tegen om er daarnaast verschillende ‘schatjes’ op na te houden. Ze hield van spanning, van aandacht, en van de voordelen die volwassen mannen haar konden bieden. En zo leerde ze op een dag een heer kennen die vlak bij haar in de straat woonde.
Ik weet die bewuste middag nog als de dag van gisteren. We liepen met ons drieรซnโmijn vriendin, een andere jonge dame uit de buurt en ikโdoor een bekende, beruchte straat in Paramaribo. De zon brandde fel. Opeens minderde een grijze Toyota Funcargo vaart en reed ons langzaam voorbij. De ruiten waren donker getint, maar de auto stopte en de chauffeur begon met zijn koplampen naar ons te schijnen.
In plaats van door te lopen, nam mijn vriendin direct het voortouw. Met een zelfverzekerde blik stapte ze op de wagen af en begon een geanimeerd gesprek met de man achter het stuur. Ik hield niet van dat soort situaties; mijn intuรฏtie zei me dat ik afstand moest houden. Samen met de andere dame liep ik langzaam door richting ons huis, terwijl mijn vriendin lachend bij de auto bleef hangen.
In de dagen daarna raakten we stap voor stap allemaal deels bevriend met deze heer. Voor mij leek het in het begin een zegen. Dankzij het nieuwe ‘schatje’ van mijn vriendin hoefden we na schooltijd niet meer in de brandende zon op de bus te wachten of ons schaarse busgeld uit te geven. A busmoni be njanโhet busgeld kon in onze zak blijven, want er was gratis en comfortabel vervoer. De man was vriendelijk, zette ons netjes af en kocht zo nu en dan lekkers voor ons alle drie. Ik begon mijn achterdocht te verliezen. Ik dacht dat hij te vertrouwen was.
Tot die ene fatale dag.
We gingen die middag vroeg van school weg. De hitte hing zwaar boven de stad. Mijn vriendin keek me plotseling aan en zei met een serieuze stem: “Luister, dit keer ga je alleen met die heer mee hoor. Mijn oma heeft me betrapt met iets, dus ik kan echt niet mee. Ik moet direct rechtstreeks naar huis lopen.”
Ik keek haar verbaasd en geschokt aan. Een angstig gevoel kroop meteen via mijn rug omhoog. “Maar dat no beng de a afspraak! We zouden samen gaan!” zei ik resoluut.
Ze begon met allerlei smoesjes te komen, bla bla bla, om haar afwezigheid goed te praten. Mijn angst sloeg om in frustratie en met een brutale mond ging ik ertegenin: “Waarom heb je me dan mijn busgeld laten gebruiken voor iets anders?! Als ik wist dat dit zou gebeuren, had ik de bus gepakt!”
“Maak je niet druk, die heer is te vertrouwen,” stelde ze me gerust. “Ik zal zelf even met hem praten zodat hij weet dat hij je rechtstreeks en veilig thuis moet afzetten.”
Zo gezegd, zo gedaan. Ze liep naar de grijze Funcargo, sprak een paar woorden met de man en knikte naar mij dat het veilig was. Met lood in mijn schoenen liep ik naar de auto en stapte in.
Op het moment dat het portier met een doffe klap dichtsloeg, sprak mijn gevoel boekdelen. Er ging een golf van pure angst door mijn hele lichaam. Mijn hart begon in mijn keel te bonken en ik kreeg het ineens ontzettend warm, ondanks de airco in de wagen. Ik probeerde mijn angst te verbergen en liet niets merken. In de eerste paar minuten zei ik geen stom woord. Ik staarde strak naar buiten naar het voorbijtrekkende verkeer van Paramaribo.
Totdat de man plotseling hard aan het stuur trok en een zijstraat insloeg. Ik keek op en zag de omgeving veranderen. Dit was absoluut niet de route naar mijn huis.
“Maar dit is niet de richting van mijn huis,” zei ik, terwijl ik probeerde mijn stem onder controle te houden.
De man keek me aan via de achteruitkijkspiegel. Zijn blik was compleet veranderd. De vriendelijke man die ons altijd trakteerde, was verdwenen. Met een donkere, dwingende stem die me door merg en been ging, zei hij: “We gaan even iets doen. Wij tweeรซn alleen. Ergens waar het lekker verlaten is.”
De paniek nam mijn hele lichaam over. Het zweet brak me aan alle kanten uit. Met een dappere, bijna schreeuwende toon probeerde ik mezelf te beschermen: “Weet je, ik ben niet die vriendin van mij! Ik ben een heel ander mens! Zij is jouw schatje, ik niet! Breng me nu naar huis of stop de auto en laat me eruit!”
De man begon op te scheppen, alsof hij dacht dat het een spelletje was. “Ik moet haar niet, ik wil jรณรบ hebben,” zei hij koel. Voordat ik kon reageren, hoorde ik de centrale deurvergrendeling met een harde klik op slot gaan. Meneer lock alla deng doro.
Hij gaf vol gas. De Funcargo stoof met een noodgang richting de buitenwijken, helemaal achterin Paramaribo, naar een volstrekt verlaten en begroeide plek waar niemand ons kon horen of zien. Hij zette de auto stil. De motor bleef ronkend draaien.
Mijn hele wereld hield op met draaien. Ik zat opgesloten in een rijdende gevangenis en de hel stond op het punt van beginnen.
Hoofdstuk ๐ฏ: ๐๐ฒ ๐๐ณ๐ด๐น๐ถ๐ท๐ฑ๐ฒ๐ป๐ฑ๐ฒ ๐๐ฒ๐น๐น๐ฒ๐๐ผ๐ฐ๐ต๐

De wagen stond stil op die verlaten, overwoekerde plek achterin Paramaribo. Het was muisstil, op het zware ronken van de motor na. Mijn hart sloeg op hol. Voordat ik goed en wel besefte wat er gebeurde, stapte de man uit, liep naar achteren en gooide de laadklep van de Funcargo open. Hij klom naar binnen, kwam recht op me af en begon me vast te pakken, ruw te kussen en aan mijn lichaam te zitten.
Uit pure machteloosheid en doodsangst begon ik te vechten voor mijn leven. Ik sloeg, ik schopte, en probeerde hem met alle kracht die in mijn jonge lichaam zat van me af te stoten. Maar hij was veel te zwaar, veel te sterk. Mijn verzet mocht niet baten. Die middag nam hij met brute kracht misbruik van mij.
Toen het voorbij รฉtait, voelde ik een intense, brandende pijn. Ik keek en zag dat ik heel hevig bloedde. Op dat afschuwelijke moment drong de keiharde realiteit tot me door: ik was niet alleen misbruikt, maar mijn maagdelijkheid was me op de meest wrede manier ontnomen. Mijn lichaam was geschonden.
De man stapte weer achter het stuur, alsof er niets gebeurd was, en reed terug naar de bewoonde wereld. Hij begon weer op te scheppen, maar ik hoorde hem nauwelijks. Een overweldigend gevoel van diepe schuld en intense boosheid op mezelf nam me over. Waarom was ik in die auto gestapt? Toen hij me uiteindelijk vlak bij mijn huis afzette, smeet ik het portier met een harde klap dicht. Het enige wat ik nog met een krakende stem uit kon brengen, was: “Je zal dit de rest van je leven op jouw geweten dragen.”
Met een gebogen hoofd, een gebroken geest en een gepijnigd hart liep ik het erf op. Ik rende rechtstreeks door naar de badkamer. Ik waste mezelf koortsachtig af, alsof ik het vuil en de herinnering van mijn lichaam kon wegspoelen. Daarna trok ik snel mijn huiskleren aan. Ik kroop op mijn bed en begon mezelf in stilte vreselijke verwijten te maken, totdat ik door pure emotionele uitputting in een diepe, zware slaap viel.
De volgende dag was het weer een gewone schooldag. Ik stond op, trok mijn uniform aan en ging braafjes naar school alsof er niets aan de hand was. Ik besloot dit zwarte geheim diep in mij te begravenโvoor de rest van mijn leven. Zelfs tegen die vriendin zei ik helemaal niets. De schaamte en het taboe waren te groot.
Maar een geheim van dit formaat vreet je vanbinnen op. Mijn concentratie was volledig verdwenen en mijn leerprestaties gingen op staande voet achteruit. Ik kon de lessen niet meer volgen, raakte achterop, bleef wรฉรฉr zitten en werd uiteindelijk definitief afgeschreven van die school. Het Ministerie van Onderwijs (Minov) plaatste me uiteindelijk op een andere school. Daar herpakte ik mezelf met de moed der wanhoop; ik deed keihard mijn best en het lukte me godszijdank om mijn diploma te behalen.
De trauma’s van die verkrachting bleven echter aan me vreten. Het had iets in mij kapotgemaakt. Mijn eigenwaarde was volledig vernietigd; ik dacht dat mijn lichaam er toch niet meer toe deed. Die donkere gedachten veranderden mijn leven de jaren daarna in een absolute hel. Ik gleed af en belandde in de prostitutie. Jarenlang verkocht ik mijn lichaam. Soms ging ik op รฉรฉn avond met wel drie verschillende mannen naar bed.
Omdat ik thuis gewend was om geslagen te worden en mijn eerste seksuele ervaring pure mishandeling was, raakte mijn referentiekader volledig verstoord. Het werd voor mij ‘normaal’ dat mannen me tijdens de seks pijn deden. Als er werd geslagen, gespuugd, geklapt of gewurgd, gaf ik geen krimp. Ik dacht dat dit was wat ik verdiende.
Ik leefde in de diepste duisternis van de achterbuurten, verdovend en emotioneel dood. Totdat er plotseling iemand op mijn pad kwam die alles deed wankelen. Een man die me met respect behandelde. Voor het allereerst van mijn leven voelde ik vlinders. Ik werd oprecht en intens verliefd op hem.
De opbouw van onze relatie verliep prachtig. Hij hield van me en ik van hem. Omdat we serieus waren over onze toekomst, namen we een volwassen besluit: we besloten ons samen te laten testen bij de kliniek. We wilden met een schone lei beginnen.
Het was juli 2015 toen de uitslag binnenkwam. De man van wie ik hield kreeg te horen dat hij volkomen negatief was. En toen keek de arts mij aan…
Op die dag, in die bewuste maand van 2015, werd ik officieel hiv-positief bevonden.
Hoofdstuk ๐ฐ: ๐๐๐น๐ถ ๐ฎ๐ฌ๐ญ๐ฑ โ ๐๐ฒ ๐๐ฎ๐ด ๐ฑ๐ฎ๐ ๐ฑ๐ฒ ๐ช๐ฒ๐ฟ๐ฒ๐น๐ฑ ๐ฆ๐๐ผ๐ฟ๐๐๐ฒ

Mijn wereld stortte in รฉรฉn seconde volledig in toen ik het nieuws van de arts vernam. Hiv-positief. Het klonk als een doodvonnis in mijn oren. De muren van de spreekkamer leken op me af te komen en de grond zakte onder mijn voeten weg.
De man op wie ik zo intens verliefd was, de man met wie ik eindelijk een sprankje hoop en een normale toekomst dacht op te bouwen, reageerde ijskoud. Ik wilde volkomen eerlijk tegen hem zijn; ik liet hem de papieren en de keiharde bewijzen zien dat het virus daadwerkelijk in mijn bloed zat. Maar in plaats van steun of troost, beรซindigde hij de relatie terstond. Ik werd weggegooid alsof ik vuilnis was.
De maanden die daarop voorafgingen en volgden, braken me volledig. Het werd weer een absolute hel in mijn hoofd. De pijn van de afwijzing, gecombineerd met het zware geheim dat ik nu met me meedroeg, maakte iets gevaarlijks in mij los. Voor de tweede keer in mijn leven nam de duisternis het over en ik besloot dat het tijd was voor revenge. Ik wilde wraak nemen op de mannenwereld. Wraak op elke man die misbruik van me had gemaakt, wraak op de man die me had achtergelaten.
Ik stapte met een verbitterd hart terug in het hoerenleven. Ik werd weer die prostituee. Ik weet dat veel mensen nu direct zullen oordelen en denken: ‘Heeft ze dan geen andere mannen besmet uit wraak?’ Maar luister me goed: ik wil dat jullie dit heel goed begrijpen. Ik heb nooit en te nimmer iemand besmet. God is mijn getuige. Ondanks mijn woede, mijn pijn en mijn drang naar wraak, bleef er diep vanbinnen altijd een geweten spreken. Ik zorgde er รกltijd, zonder uitzondering, streng voor dat er een condoom werd gebruikt. Ik ging bewust only one-night-stands aan zonder liefde en gevoel, maar ik beschermde de ander altijd. Godzijdank heb ik in al die jaren niemand geรฏnfecteerd.
Ik wist namelijk ook donders goed waar de bron lag. Ik liep het virus niet op tijdens mijn jaren in de prostitutie. Ik wist honderd procent zeker dat ik het had opgelopen tijdens die allereerste, vreselijke middag achterin die grijze Funcargo. De man die mijn maagdelijkheid op brute wijze stal, heeft mij toen ook besmet.
En hoe ik dat zo zeker weet? Omdat het geweten die man jaren later begon te knagen. Hij is na verloop van tijd persoonlijk naar mij toe gekomen om zijn excuses en verontschuldigingen aan te bieden voor wat hij mij die dag had aangedaan. Hij bekende alles. Toen pas vielen alle puzzelstukjes op hun plek. Hij wist wat hij had gedaan, en hij wist wat hij in mijn bloed had achtergelaten.
Mijn leven als machine in de nachtelijke uren ging door, totdat het lot opnieuw toesloeg. Tijdens een van die nachten raakte ik verwikkeld in een trio. Het was een wilde, gevoelloze nacht, maar weken later bleek dat het condoom deze keer niet had gedaan wat het moest doen. Ik was zwanger.
Zwanger van een wildvreemde man uit een trio. In de Surinaamse maatschappij oordeelt men snel, maar voor mij werd dit de grootste ommekeer van mijn bestaan. De maanden van de zwangerschap dwongen me om na te denken. Ik moest stoppen met het vernietigen van mezelf.
Toen de dag van de bevalling aanbrak, hield ik mijn adem in. Door de juiste medische begeleiding en de remmers gebeurde er een wonder: ik bracht een pracht van een meisje op de wereld. En het allermooiste? Ze kwam volkomen gezond en wel op aarde. Geen spoor van het virus in haar bloed.
Hoofdstuk ๐ฑ: ๐๐ฒ๐ป ๐ฃ๐ฟ๐ฎ๐ฐ๐ต๐ ๐๐ฎ๐ป ๐ฒ๐ฒ๐ป ๐ ๐ฒ๐ถ๐๐ท๐ฒ (๐๐ฒ ๐๐ถ๐ป๐ฎ๐น๐ฒ)

Toen ik dat kleine, reine babymeisje in mijn armen hield en de artsen me vertelden dat ze volkomen gezond en wel ter wereld was gekomen, veranderde mijn leven drastisch. Ik keek in haar onschuldige oogjes en wist dat het klaar was. Het hoerenleven en de tippelzones van Paramaribo zei ik subiet en voorgoed vaarwel. Mijn dochter had een moeder nodig, een รฉchte, liefhebbende moeder.
Ik dacht dat de rust nu volledig zou terugkeren, maar de realiteit is onbarmhartig. Het hoerenleven is voorbij, maar de pijn, de ellende en de totale emotionele ravage die in al die jaren is ontstaan, beleef ik tot op de dag van vandaag nog steeds. De trauma’s slapen niet. Ze houden me wakker. Ik lijd aan zware, slapeloze nachten waarin de demonen uit mijn verleden me blijven achtervolgen. Ik leef inmiddels al langer dan 15 jaar met hiv. Elke dag herinnert die ene pil, die remmer die ik trouw moet slikken, me aan die donkere weg. Het is niet prettig om dagelijks een remmer te gebruiken. Absoluut niet. Ik huil nog erg veel, maar tegelijkertijd ben ik God intens dankbaar dat ik nog leef, dat ik niet ben neergeschoten of ergens in een goot ben achtergelaten.
Want geloof me: hiv is not the end of the world. Het is pijnlijk, doodvermoeiend en zwaar, jazeker, maar het is niet het einde.
Ik heb in mijn eigen leven nooit echt ware liefde gekend van de mensen die me hadden moeten beschermen. Niet van mijn ouders, niet van mijn ex-vrienden. Maar mijn kinderen? Mijn kinderen kennen die ware liefde wรฉl. Ze krijgen het elke dag van hun trotse, liefhebbende moeder. Ik geef hen alles wat ik zelf vroeger zo intens heb moeten ontberen.
Nu mijn verhaal hier ten einde loopt, wil ik eindigen met een hartenkreet en een krachtige boodschap aan heel Suriname:
๐๐ฎ๐ป ๐ฎ๐น๐น๐ฒ ๐ผ๐๐ฑ๐ฒ๐ฟ๐:
Alsjeblieft, geef uw kinderen liefde, oprechte aandacht en tijd. Vooral liefde! Sla ze niet kapot om de domste dingen. Want als een kind thuis geen liefde kent, gaat het buiten naar liefde zoeken. En geloof me, de wereld daarbuiten is wreed. Als u uw kinderen niet leert wat liefde is, zal de wereld het hen op een vreselijk harde en destructieve manier ‘leren’.
๐๐ฎ๐ป ๐ฎ๐น๐น๐ฒ ๐ท๐ผ๐ป๐ด๐ฒ๐ฟ๐ฒ๐ป:
Weet heel goed wie je vrienden zijn. Vertrouw niet zomaar iedereen die met je lacht of je trakteert op lekkers of een lift in een mooie auto. A busmoni be njan, maar achteraf betaal je de hoofdprijs met je eigen leven. Pas goed op jezelf (take care of yourself). Vertrouw niemand blindelings.
Ik leef vandaag de dag met een diepe spijt van de keuzes die ik uit pijn heb gemaakt. Er zit een litteken op mijn ziel die waarschijnlijk nooit helemaal zal genezen. Maar ik sta er nog. Voor mijn kinderen, en nu ook voor jullie, als een levende waarschuwing. Luister naar mijn verhaal en bescherm jezelf en je kinderen.
๐๐๐ก๐๐.
โ Nog geen reacties